vosje.png

Wilderness
in Western culture en imagination

 

Antropologisch onderzoek naar wildernis

Hoe maken en verbeelden mensen in de hedendaagse westerse cultuur wildheid en wildernis? Hiernaar doen wij onderzoek. Het gaat om fysieke constructie in de vorm van het creëren en beheren van wildparken en het herstellen van wilde natuurgebieden, maar ook om conceptuele constructie: hoe mensen wildheid en wildernis inbeelden, idealiseren, en vastleggen in foto’s en beschrijvingen; wat ze daarvan verwachten, wat ze zoeken als ze op zoek gaan naar wild of wildernis, en hoe ze de grenzen zien tussen wild en niet-wild. 

Momenteel zijn wij bezig met een voorbereidende inventarisatie van de meningen van mensen. 

Doet u mee? Ga dan naar onze korte vragenlijst. We benieuwd naar uw mening en blij met iedere bijdrage.

(U maakt kans op een waardebon van €75,00 bij outdoor winkel Bever)

 

Wildernis in de westerse cultuur en verbeelding

 

Het idee van wildernis heeft lang centraal gestaan in de westerse cultuur en verbeelding. In de klassieke Europese mythologie was wildernis het domein van Pan, god van het woud en het dierlijke instict, die in afgelegen plekken voor angst bij de lokale bewoners zorgde. In de middeleeuwse verbeelding was het een plek waar monsters en demonen woonden. Maar het was ook, in de westerse religieuze traditie, een plek voor spirituele reiniging, boetedoening en terugtrekking uit een zondige wereld. De Europese kolonisten in de Nieuwe Wereld zagen het land voorbij de kolonisatiegrens als wild, bevolkt door wilde mensen en gevaarlijke dieren, die veroverd en getemd moesten worden. 

 

Sinds de oprichting van de eerste nationale parken in de VS in de tweede helft van de 19e eeuw, wordt wildernis geconceptualiseerd als afgelegen, ongerept, ruig, wild, en grotendeels onbewoond. Het wordt in toenemende mate gezien als bedreigd door de mens en de moderne industriële samenleving. Het is een focus geworden voor milieuactivisme, natuurbescherming en landschapsvernieuwing, maar ook voor neoromantiek, wetenschappelijk onderzoek en recreatie. 

 

In de sociale en geesteswetenschappen worden wildernissen geanalyseerd als “assemblages”: samenvoegingen van landschappen, dieren, mensen, planten, insecten, rotsen, rivieren, bergen, culturen, geschiedenis, klimaat, technologie, verhalen, beelden, betekenissen, symbolen, en metaforen, die zich niet beperken tot specifieke geografische plaatsen. Ondanks fysieke afbakening door middel van toegangspoorten, hekken en wetgeving, is fysieke wildernis onlosmakelijk vervlochten met sociale, culturele, historische, ecologische, economische en politieke contexten.

 

Wildernis is geconstrueerd. Ondanks romantische ideeën over ongerepte oernatuur, staat het wetenschappelijk vast dat de meeste gebieden die wij graag zien als ongerepte natuur, toch beïnvloed zijn door menselijke handelen, recent of in een ver verleden. Alle natuur op onze planeet is in meer of mindere mate beïnvloed door menselijk toedoen, en ons tijdperk wordt daarom ook het antropoceen genoemd.

 

Het idee van wildernis wordt geconstrueerd, gereproduceerd, verbeeld en gecontesteerd, ver voorbij hetgeen waar het woord ogenschijnlijk naar verwijst. In zijn klassiek geworden studie Wilderness and the American Mind, schrijft Roderick Nash dat wildernis “niet zozeer een plek is, maar een gevoel met betrekking tot een plek - een waargenomen realiteit, geestestoestand”.

Wildernis als paradox

 

Wildernis, het is natuurlijk en wild, maar tegelijkertijd geconstrueerd en gereconstrueerd - fysiek, conceptueel, juridisch en artistiek. Het is fysiek en tastbaar, maar ook iets van de verbeelding. Terwijl het wordt afgescheiden en afgezonderd door hekken, bufferzones, regels, wetgeving en bewaking, wordt het doelbewust toegankelijk gemaakt door het aanleggen van infrastructuur (wegen, kampeerplaatsen) en sturende profilering in afbeeldingen en andere representaties (foto’s, films, reclame). Het buitensluiten van sommige categorieën mensen (inheemse populaties, stropers) gaat samen met het stimuleren van de aanwezigheid van andere categorieën mensen (toeristen, wetenschappers, fotografen). Wildernis wordt gezien als gevaarlijk (extreme natuur, wilde dieren, ziektes), maar juist daarom ook als aantrekkelijk. En hoewel riskant, wordt het in toenemende mate gezien als noodzakelijk voor onze gezondheid en ons welbevinden. 

 

Terwijl de mogelijkheid van echte, ongerepte wildernis langzaam verdwijnt, worden nieuwe wildernissen gecreëerd door middel van "rewilding" programma’s (zoals de Oostvaardersplassen), "ontdekt" in binnensteden en omringende “edgelands”, of opgeroepen door middel van afbeeldingen en kunst. Wilde dieren, in het bijzonder grote, charismatische soorten, delen een aantal van deze paradoxale aspecten. 

 

Wilde dieren worden op een veilige manier toegankelijk gemaakt voor mensen in dierentuinen. Leeuwen worden gefokt voor jachtpartijen in privé wildparken, om het jagen in een echte wildernis na te bootsen. "Echte wilde leeuwen" in wildparken zijn inmiddels gewend aan de hordes safaritoeristen die ze elke dag fotograferen. Terwijl leeuwen en andere wilde dieren een tam en verzorgd bestaan hebben in dierentuinen, worden gedomesticeerde dieren en paarden en runderen losgelaten om te verwilderen in nieuwe, geconstrueerde wildernissen. Het is ondertussen niet meer duidelijk wat echt wild is. Deze paradox is ook zichtbaar in de felle discussies over onze zorgplicht ten opzichte van dieren. Terwijl dierenactivisten eisen dat de grote grazers in de Oostvaardersplassen bijgevoerd worden in de winter, omdat zwakke dieren anders wreed sterven, lijkt niemand moeite te hebben met andere manieren van wreed sterven, zoals het geval zou zijn bij het introduceren van wolven in de Oostvaardersplassen of zoals gebeurt tijdens de jacht door roofdieren in natuurlijke ecosystemen in wildparken. Ook lijken de argumenten tegen het bijvoeren in nieuwe wildernissen niet te spelen in de meeste natuurlijke wildparken in Afrika, waar waterputten bijgehouden worden in de droge tijd. 

 

Hoe komen deze verschillende zaken in de praktijk bij elkaar? Daarop richt het onderzoek zich.

Wie zijn wij?

Robert Pool is antropoloog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft in verschillende Europese en Afrikaanse landen gewoond en gewerkt en verricht al 30 jaar (medisch) antropologische onderzoek.

 

Dorien Theuns heeft een achtergrond in Visuele Antropologie en werkt aan onderzoek, documentaires en tentoonstellingen. Ze richt zich binnen het onderzoek met name op de visuele methoden van onderzoek en presentatie.

Doet u mee? Ga dan naar onze korte vragenlijst. We benieuwd naar uw mening en blij met iedere bijdrage.

(U maakt kans op een waardebon van €75,00 bij outdoor winkel Bever)

Dank u voor uw bijdrage.
Mocht u vragen hebben, dan kunt u contact opnemen middels dit contactformulier.